Dit is mijn grafschrift voor mijn meest favoriete café ter wereld, Café The String. Het bestaat uit herinneringen aan de eigenaars, de vaste gasten, de muziek die er te beluisteren viel, en is vooral niét historisch korrekt; en ook niet volledig. Ik heb de neiging om - als rechtgeaarde Amsterdammer - te overdrijven, en aan te dikken en bovendien zijn mijn herinneringen waarschijnlijk vertekend door de heren Lindeboom, Bokma en Bols (de Oude), Famous Grouse, Jansen(met ijs), Westmalle Tripel, en - in donkere dagen - Clausthaler. Wij zwijgen over de koffie. Tenslotte: waar ik namen noem, zal ik ook trachten om waar mogelijk links naar internet sites te vermelden, zodat je kunt kijken wat de persoon in kwestie tegenwoordig uitvoert.....

Er waren talloze avonden, waarop Cafe The String bij sluitingstijd pas echt open ging; de vaste klanten in positie aan de bar, wachten op de magische kreet van het bedienend personeel: "Ja, dames en heren, dan is het toch écht hoogste tijd voor de laatste ronde..." (Meestal, in het geval de bar door Sjon werd beheerd, vergezeld van: "gaan we nog 's een beetje oprotten?") Op deze voorkomende wijze werden niet-vaste klanten gewezen op hun inmiddels verlopen welkom, en van dat wij als wél vaste klanten het wel welletjes vonden. Gaat heen. Tijd voor de thuisclub.

De vaste kliek bestond uit een stuk of pak-'em-beet twintig man, met wisselspelers die soms kortstondig deel uitmaakten, of soms maandenlang verstek lieten gaan om dan plotseling the verschijnen in het kielzog van een spontaan opgewelde heldendorst, die alleen in goed gezelschap te stillen viel. Uiteraard was de koordinatie van één en ander in bekwame handen: in vroeger jaren eigenaars Ben en John (Sjon), later soleerde Sjon (rechtvaardig, humor-vol, en met een goudgemalen Amsterdams lakonieke instelling, en dito gratis adviezen in de trand van: "Kom jij hier nou nog stééds? En je kon zo goed leren...") met af-en-toe assistentie van plaatselijke hulptroepen in de vorm van André - of Neville (als die weer 's met z'n vrouw in de clinch lag, en bij Sjon logeerde). Ik ben mij bewust dat ik hier waarschijnlijk een handjevol andere inval bar- en waanzin-krachten over het hoofd zie, maar voorzover het geheugen toelaat, zal ik een ieder trachten te vermelden in de "met dank aan" rubriek.

Een van de vaste gasten (uit de oude garde, ook nog) die een ruim aandeel had in de foto's aan de muur, was ene Harry. Harry fotografeerde graag, en mocht daar gaarne een biertje bij vatten. Harry kwam uit het platteland (achterhoek? weet niet zeker), en verscheen vroeger trouw ten tonele op basis van een paar keer per week. Later ging het niet zo best met Harry, in verband met depressies. Je kon altijd merken als het niet goed ging met Harry - dan werd het dageljks bad regelmatig over het hoofd gezien. Niet in mijn meest sensitieve bui gaf ik hem de bijnaam "Harry Gons", kwa vliegen. Op zekere dag kwam Harry Gons niet meer langs.

Een meer permanente vorm van meubilair was Frank S. (Maar dan dus als "Frénk"), die als eigenaardigheid had, dat hij géén alkoholica dronk, maar wél sjokomel. Een smerige gewoonte, die wij hem niet hebben kunnen afleren. Frénk was/is een muzikant, kwa gitaar, die het meestal presteerde om andere muzikanten tegen zich in het harnas te jagen. Dit kwam mede omdat hij nooit zijn eigen gitaar-snoertje bij zich had, en dus altijd het snoertje van iemand anders "moest" lenen. Uiteindelijk hebben een aantal van de vaste gasten hem een snoertje voor zijn verjaardag gegeven; met als voorwaarde dat het niet mee naar huis mocht worden genomen. Frénk was altijd vol goedbedoeld advies voor zijn muzikale kollega's, maar helaas was tact niet zijn sterkste kant. Derhalve had hij altijd bonje met de halve wereld, en tegen de tijd dat e.e.a. was bijgetrokken, had hij bonje met de andere helft Maar wél een goeie gitarist, die Frénk.

Altijd prettig gezelschap (sociaal én muzikaal) was onze Ton van B. (Bekend van de Izzies, de Gangbusters, (en minder maar tóch bekend van Uncle Gus & The Goonie Googoos en Dr. Heckle & Mr. Jive). Ton, later bekend om zijn "Spaatje Wijn", was ten tijde van zijn eerste wankele schreden (want hij begon 's ochtends al met drinken, in die tijd) te The String meer een bier-innemer. Ik herinner mij een keer waarop hij om een uur of half elf 's avonds de String binnenwandelde, opgewekt als altijd, en aankondigde: "dit is vandaag pas mijn eerste biertje". Later bleek dat hij de rest van die dag namelijk alleen maar wijn gedronken had. Je moet dat ruim zien. Ton had een vocabulair die altijd uitbundig was, met kreten als "dat is ernstig prachtig". Als muzikant was hij altijd een bron van inspiratie, gewapend met zijn gebruikelijke batterij mondharmonica's, en een niet aflatende bron van geweldig grappige, en zelden nuttige informatie. Nu, jaren na dato, gebruik ik nog steed de door hem bij mij geintroduceerde kreet: "ladies and genitals..." (meestal niet tot algemeen genoegen). Ik kan met verhalen over Ton alleen al wel een boek in mekaar draaien.

Etienne "Almost Blind Etienne" Boucher, is de enige Nederlandstalige bluesartist die ik ooit ontmoet heb. Zijn hemeltergende "Een vrouw is als een buldog" staat mij nog steeds voor de geest. Etienne was meestal alleen present op de maandelijkse "blues sessie", maar vanwege zijn repertwaar-keuze heeft hij een plaats in ons hart. ("Meisje, je geeft je liefde zo makk'lijk weg")

Paul Stephenson, een bekwaam gitarist en singer/songwriter (heb ik ergens gelezen) kwam op het briljante idee om zijn naam te veranderen in Tom Zola, vanwege dat dat veel kommersjeler klonk. Zodoende konden wij hem toen vooral "Tombola" noemen, wat hij volgens mij niet had voorzien, of leuk vond. Hoe dan ook, hij was (en ’s, hopelijk) een aanwinst voor de Amsterdamse muziek-sien, en jarenlang een aanwinst voor de String.

Keith Lightowler was een andere buitenlandse Engelsman. Maar van dat-ie wel kon spelen, die Keith. En bovendien kunnen wij het nageslacht melden dat Keith op een avond - als speciale "fooi"van een oude dame -twee stukjes leverworst kreeg. Maar ze had dan ook wel gezellig gedanst.


Ook altijd een fijne man was Jean-Paul Piquard, en Frans Intellectuele gitarist, die vooral veel fingerpicking stukken speelde, en aan de bar altijd hard boerde, teneinde zijn mannelijkheid luister bij te zetten. In onze kleine kring stond hij bekend als o.a. Sjampoo Piekhaar, en Jean-Paul
Piepschuim.